Indexering alimentatie per 1 januari 2023 bekend!
8 november 2022

Denkt u eraan de alimentatie per 1 januari te verhogen?

De wettelijke indexering waarmee de onderhoudsbijdragen per 1 januari 2023 worden verhoogd is vastgesteld op 3,4%.


Op de website van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (www.lbio.nl) kunt u het geïndexeerde bedrag berekenen.

Uit artikel 1:402a BW volgt dat de Minister van Justitie elk jaar het percentage vaststelt waarmee de onderhoudsbijdrage van rechtswege wordt gewijzigd. Dit geldt zowel voor de door de rechter bepaalde als voor de door partijen overeengekomen alimentatie.


Uitsluiten van de wettelijke indexering



Het vorenstaande geldt tenzij de wettelijke indexering is uitgesloten door partijen bij overeenkomst of door de rechter bij een rechterlijke uitspraak. De uitsluiting kan betrekking hebben op het gehele percentage, maar kan ook betreffen een bepaalde periode waarin de wettelijke indexering buiten toepassing zal blijven. Het is dan ook van belang om na te gaan of de wettelijke indexering in uw geval van toepassing is.


Indien de wettelijke indexering niet is uitgesloten, bent u als alimentatieplichtige zelf verantwoordelijk voor het verhogen van de onderhoudsbijdrage per 1 januari 2023. Dit geldt ongeacht of door de alimentatiegerechtigde op de wettelijke verhoging aanspraak is gemaakt. De alimentatiegerechtigde kan nog tot vijf jaar later een beroep doen op de wettelijke indexering.

Om problemen te voorkomen is het van belang om ieder jaar rond deze tijd te raadplegen wat de wettelijke indexering is voor het nieuwe jaar en tijdig zorg te dragen voor betaling van de (hogere) onderhoudsbijdrage.


Herberekening?

Hebt u vragen of is het wellicht zowieso tijd voor een herberekening belt u gerust naar 030-2271554. Onze advocaten staan u graag te woord.  


18 mei 2026
Als erfgenaam heeft u de keuze om een nalatenschap te aanvaarden of te verwerpen. Als u verwerpt, krijgt u niets. Aanvaarding kan zuiver of beneficiair. Let wel: u kunt maar één keer een keuze maken! Na zuivere aanvaarding kunt u niet meer verwerpen (en omgekeerd). Zuivere aanvaarding: Door zuivere aanvaarding erft u alle bezittingen en schulden van de nalatenschap. Dit betekent dat u ook met uw privévermogen aansprakelijk wordt voor de schulden van de nalatenschap. Het voordeel van zuivere aanvaarding is dat een positieve nalatenschap erg eenvoudig afgewikkeld kan worden door de erfgenamen. De nalatenschap hoeft namelijk niet te worden vereffend (zie hierna). Beneficiaire aanvaarding: Beneficiaire aanvaarding betekent dat u de nalatenschap aanvaardt ‘onder het voorrecht van een boedelbeschrijving’. Hier wordt vaak voor gekozen als men vermoedt dat de nalatenschap veel schulden bevat. Door beneficiair te aanvaarden, wordt u niet aansprakelijk met uw privévermogen. Schuldeisers kunnen zich alleen verhalen op de bezittingen van de nalatenschap. De keerzijde is dat de nalatenschap in principe (behoudens enkele uitzonderingen) moet worden vereffend en volgens wettelijke regels moet worden afgewikkeld. Dat is bij zuivere aanvaarding niet het geval. Stilzwijgend aanvaarden? Voor beneficiaire aanvaarding of verwerping dient u een verklaring af te leggen bij de griffie van de rechtbank. Voor zuivere aanvaarding geldt dat niet. Maar dat betekent ook dat u door feitelijke handelingen een nalatenschap stilzwijgend zuiver kunt aanvaarden! Indien u zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, bepaalt de wet dat u de nalatenschap daardoor zuiver aanvaardt. Daarvan kan al sprake zijn wanneer u de bankpas van uw overleden vader of moeder gebruikt voor het voldoen van bepaalde kosten. Gaat u daarna richting rechtbank (of notaris) om de nalatenschap beneficiair te aanvaarden, dan blijft dat zonder rechtsgevolg. U heeft immers al zuiver aanvaard en zoals gezegd kan die keuze slechts één keer gemaakt worden. Eenmaal zuiver aanvaard kunt u niet alsnog beneficiair aanvaarden of verwerpen.
5 mei 2026
In een opvallende familierechtelijke uitspraak heeft de Rechtbank Midden-Nederland geoordeeld over een onderwerp dat steeds vaker terugkomt in moderne co-ouderschapsituaties: het gebruik van mobiele telefoons door kinderen na een scheiding. In de beschikking van 17 maart 2026 ( ECLI:NL:RBMNE:2026:1566 ) moest de rechter zich uitlaten over de vraag of ouders afspraken moeten maken over één telefoon voor hun kinderen, en in hoeverre de rechter daarin mag ingrijpen.