Hoe wordt kinderalimentatie berekend?
27 augustus 2023

Als ouders uit elkaar gaan moeten er afspraken gemaakt worden over de verdeling van de kosten van de kinderen. Het is goed om te weten hoe er berekend wordt hoeveel er bijgedragen moet worden. 


Behoefte en draagkracht

De hoogte van alimentatie wordt berekend aan de hand van de Tremanormen en is altijd enerzijds afhankelijk van de hoogte van de behoefte van het kind en anderzijds van de draagkracht van de ouders. De behoefte van een kind wordt afgeleid uit een NIBUD-tabel. Daaruit is aan de hand van het netto gezinsinkomen van de ouders, de leeftijd van het kind en het aantal kinderen de behoefte van een kind af te lezen. Het gaat om het netto besteedbaar inkomen van ouders ten tijde van het uiteengaan van ouders omdat de gedachte is dat een kind er door de scheiding financieel niet op achteruit mag gaan. Vervolgens wordt aan de hand van de draagkracht van beide ouders bepaald in hoeverre aan die behoefte voldaan kan worden. De draagkracht van een ouder wordt berekend door het netto maandinkomen van die ouder te verminderen met het bedrag wat die ouder minimaal nodig heeft om van te leven. Hetgeen overblijft wordt de ‘vrije ruimte’ van die ouder genoemd. Een ouder dient 70% van zijn/haar vrije ruimte te besteden aan de kosten van de kinderen. 


Het bedrag wat een ouder nodig heeft om zelf van te leven bestaat uit een vastgesteld bedrag van € 1.175,00 (2023) en het woonbudget. Het woonbudget bedraagt 30 % van het netto besteedbaar inkomen van die ouder. 


Schulden

Als een ouder aflost op een schuld dan wordt daar bij het bepalen van zijn/haar draagkracht rekening mee gehouden mits de schuld niet vermijdbaar en niet verwijtbaar is. Een schuld die vermijdbaar is, is een schuld die bijvoorbeeld afgelost kan worden met aanwezig spaargeld. Een schuld die verwijtbaar is, is een schuld die bewust is ontstaan door bijvoorbeeld een boete voor zonder rijbewijs te rijden. Of een schuld verwijtbaar is of niet is voor discussie vatbaar en niet altijd gemakkelijk te bepalen. 


Draagkrachtvergelijking

Als beide ouders samen genoeg draagkracht hebben om in de totale behoefte van de kinderen te voorzien dan moeten zij naar rato van hun draagkracht bijdragen in de kosten van de kinderen. Als ouders echter samen niet genoeg draagkracht hebben om in de totale behoefte van de kinderen te voorzien dan wordt er geen verdeelsleutel toegepast en moeten zij allebei hun volledige draagkracht aanwenden om in de kosten van de kinderen te voorzien. 


De kosten van een kind zijn onderverdeeld in verblijfskosten en verblijfsoverstijgende kosten. Verblijfskosten zijn de koste van eten, drinken, onderdak, energiekosten en vakantie en cadeautjes. Verblijfsoverstijgende kosten alle overige kosten zoals kleding, school, sport, fiets, laptop enz. De ouder waar het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft die betaalt alle verblijfsoverstijgende kosten. Iedere ouder betaalt de verblijfskosten van het kind wanneer het bij hem of haar verblijft. In de Tremanormen wordt er van uit gegaan dat 70% van de kosten van een kind verblijfskosten zijn en 30% verblijfsoverstijgende kosten. 


Zorgkorting

Afhankelijk hoeveel tijd een kind bij de niet verzorgende ouder verblijft, krijgt de ouder een ‘korting’ op de alimentatie, dit wordt de zorgkorting genoemd. De zorgkorting is 5% wanneer een kind minder dan gemiddeld 1 dag per week bij die ouder verblijft, 15% als dat gemiddeld 1 dag per week is, 25% als dat gemiddeld 2 dagen per week is en 35% wanneer dat gemiddeld 3 dagen per week is. Het bedrag van deze korting wordt die ouder geacht aan verblijfskosten van het kind uit te geven in de tijd dat het kind bij hem/haar verblijft. Als de gezamenlijke draagkracht van ouders niet genoeg is om in de behoefte van het kind te voorzien dan wordt de zorgkorting minder. Zodoende wordt de financiële pijn over beide ouders verdeeld. 


18 mei 2026
Als erfgenaam heeft u de keuze om een nalatenschap te aanvaarden of te verwerpen. Als u verwerpt, krijgt u niets. Aanvaarding kan zuiver of beneficiair. Let wel: u kunt maar één keer een keuze maken! Na zuivere aanvaarding kunt u niet meer verwerpen (en omgekeerd). Zuivere aanvaarding: Door zuivere aanvaarding erft u alle bezittingen en schulden van de nalatenschap. Dit betekent dat u ook met uw privévermogen aansprakelijk wordt voor de schulden van de nalatenschap. Het voordeel van zuivere aanvaarding is dat een positieve nalatenschap erg eenvoudig afgewikkeld kan worden door de erfgenamen. De nalatenschap hoeft namelijk niet te worden vereffend (zie hierna). Beneficiaire aanvaarding: Beneficiaire aanvaarding betekent dat u de nalatenschap aanvaardt ‘onder het voorrecht van een boedelbeschrijving’. Hier wordt vaak voor gekozen als men vermoedt dat de nalatenschap veel schulden bevat. Door beneficiair te aanvaarden, wordt u niet aansprakelijk met uw privévermogen. Schuldeisers kunnen zich alleen verhalen op de bezittingen van de nalatenschap. De keerzijde is dat de nalatenschap in principe (behoudens enkele uitzonderingen) moet worden vereffend en volgens wettelijke regels moet worden afgewikkeld. Dat is bij zuivere aanvaarding niet het geval. Stilzwijgend aanvaarden? Voor beneficiaire aanvaarding of verwerping dient u een verklaring af te leggen bij de griffie van de rechtbank. Voor zuivere aanvaarding geldt dat niet. Maar dat betekent ook dat u door feitelijke handelingen een nalatenschap stilzwijgend zuiver kunt aanvaarden! Indien u zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, bepaalt de wet dat u de nalatenschap daardoor zuiver aanvaardt. Daarvan kan al sprake zijn wanneer u de bankpas van uw overleden vader of moeder gebruikt voor het voldoen van bepaalde kosten. Gaat u daarna richting rechtbank (of notaris) om de nalatenschap beneficiair te aanvaarden, dan blijft dat zonder rechtsgevolg. U heeft immers al zuiver aanvaard en zoals gezegd kan die keuze slechts één keer gemaakt worden. Eenmaal zuiver aanvaard kunt u niet alsnog beneficiair aanvaarden of verwerpen.
5 mei 2026
In een opvallende familierechtelijke uitspraak heeft de Rechtbank Midden-Nederland geoordeeld over een onderwerp dat steeds vaker terugkomt in moderne co-ouderschapsituaties: het gebruik van mobiele telefoons door kinderen na een scheiding. In de beschikking van 17 maart 2026 ( ECLI:NL:RBMNE:2026:1566 ) moest de rechter zich uitlaten over de vraag of ouders afspraken moeten maken over één telefoon voor hun kinderen, en in hoeverre de rechter daarin mag ingrijpen.