In een opvallende familierechtelijke uitspraak heeft de Rechtbank Midden-Nederland geoordeeld over een onderwerp dat steeds vaker terugkomt in moderne co-ouderschapsituaties: het gebruik van mobiele telefoons door kinderen na een scheiding. In de beschikking van 17 maart 2026 (ECLI:NL:RBMNE:2026:1566) moest de rechter zich uitlaten over de vraag of ouders afspraken moeten maken over één telefoon voor hun kinderen, en in hoeverre de rechter daarin mag ingrijpen.

Wat speelde er?
Ouders met gezamenlijk gezag waren verwikkeld in meerdere geschilpunten rondom de uitvoering van hun zorgregeling. Eén van de discussiepunten betrof het telefoongebruik van hun kinderen. De kinderen beschikten bij beide ouders over een eigen toestel, waardoor zij afhankelijk van waar zij verbleven onder verschillende telefoonnummers bereikbaar waren. Dat leidde in de praktijk tot onduidelijkheid en frustratie.
De moeder verzocht de rechtbank onder meer te bepalen dat de kinderen vanaf groep 7 één mobiele telefoon zouden krijgen die tussen beide huishoudens meereist. Daarnaast wilde zij dat geen van beide ouders de telefoon van de kinderen zou mogen afnemen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank kan op verzoek van een ouder een regeling vaststellen over de uitoefening van het ouderlijk gezag (artikel 1:253a lid 2 BW). De wet stelt geen eisen aan de aard of de ernst van het geschil. Om van een gezagsgeschil te kunnen spreken, moet wel sprake zijn van een geschil over een beslissing die de dagelijkse, directe verzorging van een kind overstijgt. In dit geval vond de rechtbank ingrijpen gerechtvaardigd, mede omdat de ouders zelf niet in staat bleken hierover werkbare afspraken te maken.
De rechter bepaalde daarom dat de kinderen vanaf groep 7 één eigen mobiele telefoon krijgen die tussen beide ouders meegaat. Daarbij werd bepaald dat:
- deze telefoon meegaat naar vader en moeder en door het kind gebruikt mag worden voor communicatie met de andere ouder en diens familieleden;
- dat ouders niet de andere ouder en familieleden van de kinderen op die telefoon mogen blokkeren;
- die telefoon uitsluitend bedoeld is voor het betreffende kind en niet gebruikt mag worden door een ouder om contact te leggen met de andere ouder.
Het verzoek om ouders te verbieden de telefoon tijdelijk af te pakken, wees de rechtbank echter af. Volgens de rechter behoort dat tot de opvoedingsvrijheid van ouders.
Waarom is deze uitspraak relevant?
Deze uitspraak laat zien dat familierecht zich steeds vaker uitstrekt tot moderne opvoedvraagstukken rondom technologie, privacy en communicatie. Tegelijkertijd benadrukt de rechtbank dat niet ieder opvoedkundig verschil automatisch een juridisch geschil is: pas wanneer het belang van het kind dat vereist en ouders er samen niet uitkomen, kan rechterlijk ingrijpen aan de orde zijn.
Praktische betekenis
Voor gescheiden ouders met gezamenlijk gezag is deze uitspraak relevant omdat zij bevestigt dat ook digitale communicatie en het gebruik van devices onderwerp kunnen zijn van gezagsgeschillen. Goede, praktische afspraken hierover kunnen veel toekomstige conflicten voorkomen.
Heeft u vragen over gezamenlijk gezag, co-ouderschap of geschillen over opvoedingsbeslissingen na een scheiding? Wij adviseren u graag over uw juridische positie.



